Wettelijke rentevoet in 2014

1) bij handelstransacties

Enkel van toepassing als in het contract geen andere intrestvoet werd overeengekomen.

Ook alleen geldig tussen ondernemingen en ondernemingen en de overheid die leiden tot het leveren van goederen of het verrichten van diensten tegen vergoeding.

Om betalingsachterstanden te bestrijden werd in 2002 een hogere interestvoet ingevoerd in vergelijking met de algemeen geldende wettelijke interestvoet.

Ondernemingen hebben momenteel de mogelijkheid om een hogere interestvoet te bedingen dan de interestvoet op handelstransacties.
Voor het 2de semester 2014 bedraagt de rentevoet: voor de eerste 6 maanden

  • 7,5% voor overeenkomsten gesloten voor 16/03/2013
  • of 8,5% voor overeenkomsten gesloten, vernieuwd of verlengd vanaf 16/03/2013.

2) in burgerlijke zaken en tussen een handelaar en een particulier

Voor 2014 blijft de interestvoet dezelfde als voor 2013, nl. 2,75% (B.S. 20/01/2014).

Deze rentevoet is van toepassing in burgerlijke zaken en in bepaalde handelszaken (bijv. voor een transactie tussen een handelaar en een particulier), maar niet op handelstransacties die onder het toepassingsgebied vallen van de Wet van 02/08/2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties (B.S. 07/08/02).

Deze geldt dus ook voor alle schulden van huurcontracten indien men door een vonnis veroordeeld wordt tot betaling van nalatigheidintresten of in geval van mondelinge overeenkomst.

Een overzicht van de intrestvoeten van 1970 tot heden is te vinden op:
http://www.lexalert.net/nl/content/wettelijke-intrestvoet-percentage-ongewijzigd-2014#.VAl7F8V_uGM

Websites:
http://treasury.fgov.be/home_nl.htm

Fiche wettelijke intrestvoeten:
http://treasury.fgov.be/Informatienota_Wettelijke_Intresten_1ste_semester_2014_NL.pdf

Artikel van SECUREX:
http://www.securex.eu/lex-go.nsf/vwNewsWgfisc_nl/2F729BD49FE25AB6C1257C67003347E3?OpenDocument

HERVORMING JUSTITIE – nieuwe benamingen hoven en rechtbanken

Verplichte vermelding van ‘rechtspersonenregister’ (RPR) op facturen

Vanaf 1 april 2014 krijgen de meeste hoven en rechtbanken een nieuwe officiële benaming. Dat is het gevolg van de schaalvergroting van de gerechtelijke arrondissementen.

Hierbij een overzicht van de verschillende rechtbanken:

  • Vredegerecht
  • Politierechtbank
  • Rechtbank van eerste aanleg
  • Rechtbank van koophandel
  • Arbeidsrechtsbank
  • Hof van beroep
  • Arbeidshof
  • Hof van assisen
  • Hof van Cassatie

Dit overzicht en alle relevante informatie kan u terugvinden op de link: http://justitie.belgium.be/nl/rechterlijke_orde/hoven_en_rechtbanken/

Zo staat er o.a. voor welke zaken deze bevoegd zijn, hoe u een rechtszaak aanspant, wat te doen wanneer u beroep wilt aantekenen en de adressen.

De officiële lijst van alle Hoven en Rechtbanken kan u vinden op volgende link (zowel in het Nederlands als in het Frans):

http://justitie.belgium.be/nl/rechterlijke_orde/hervorming_justitie/nieuws/news_pers_2014-03-31.jsp?referer=tcm:265-245445-64

In totaal zijn er 8 arrondissementsrechtbanken van koophandel:

Antwerpen, Bergen & Charleroi, Gent, Luik, en Brussel met afdelingen en Eupen, Leuven en Nijvel zonder afdelingen.

Als men rekening houdt met alle afdelingen zijn er in totaal 27 rechtbanken van koophandel.

Wat betekent dit in de praktijk?

Dit betekent dat voortaan de verplichte vermelding van het ‘rechtspersonenregister’, of kortweg RPR, op de facturen en andere documenten moet worden aangepast.

Ter info alleen vennootschappen hebben zo’n RPR (eenmanszaken niet).

Na de vermelding van de bevoegde rechtbank van koophandel moet, indien aanwezig, voortaan ook de afdeling onder die rechtbank vermeld worden.

Voorbeeld: de vermelding ‘RPR Oudenaarde’ wordt vervangen door ‘RPR Gent, afdeling Oudenaarde’.

Gerechtelijke arrondissementen

Op volgende link kan men informatie vinden over de 12 nieuwe gerechtelijke arrondissementen: http://justitie.belgium.be/nl/rechterlijke_orde/hervorming_justitie/arrondissementen/

  1. West-Vlaanderen (Brugge – Kortrijk – Veurne – Ieper)
  2. Oost-Vlaanderen (Gent – Dendermonde – Oudenaarde)
  3. Antwerpen (Antwerpen – Turnhout – Mechelen)
  4. Limburg (Hasselt – Tongeren)
  5. Leuven
  6. Brussel
  7. Nijvel
  8. Eupen
  9. Luik (Luik – Verviers – Hoei)
  10. Namen (Namen – Dinant)
  11. Luxemburg (Marche – Neufchateau – Aarlen)
  12. Henegouwen (Mons – Doornik – Charleroi).

NIEUWE BEREKENING VAN DE SOCIALE BIJDRAGEN VOOR ZELFSTANDIGEN VANAF 2015

Vanaf 2015 wordt een nieuwe bijdrageregeling van kracht voor zelfstandigen en vrije beroepen. De definitieve sociale bijdragen worden vanaf dan berekend op het inkomen van het bijdragejaar zelf in plaats van het inkomen van 3 jaar geleden.

De zelfstandige zal voorlopige bijdragen betalen op basis van het inkomen van 3 jaar geleden. Dus voor 2015 zullen de voorlopige bijdragen gebeuren op basis van het inkomen van het jaar 2012.

De zelfstandige heeft dan de keuze om deze voorlopige bijdragen te betalen, ofwel meer of minder bijdragen te betalen, naargelang hij vermoedt dat zijn inkomen gelijk, hoger of lager zal liggen als dat van 3 jaar terug.

Een verlaging is maar mogelijk als het inkomen daalt onder een bepaalde drempel (voor een hoofdberoep):

  • Minimumdrempel:: 12 830 € (= 727 € bijdragen per kwartaal) of
  • Dubbele minimumdrempel: 25 660 € (= 1 454 € bijdragen per kwartaal)

Deze minimumdrempels verschillen naargelang de categorie van zelfstandige.
De aanvraag dient te gebeuren door middel van een officieel aanvraagformulier en wordt beoordeeld door het sociaal verzekeringsfonds.

In 2017, wanneer het definitieve inkomen gekend is, volgt een regularisatie en worden de voorlopige bijdragen omgezet naar definitieve bijdragen, berekend op het inkomen van 2015.

Door de nieuwe berekeningswijze vanaf 2015 zullen de sociale bijdragen voortaan nauwer aansluiten bij het huidig inkomen van de zelfstandige. Mits de nodige ondersteuning van boekhouder of accountant zal de zelfstandige beter en sneller weten wat hij aan belasting zal moeten betalen en zullen eventuele regularisaties nadien minder groot zijn.

http://www.securex.eu/lex-go.nsf/vwNewsZf_nl/0F9E71B6EF85D543C1257D240025421D?OpenDocument

Hoe een aanvraag tot vermindering van voorlopige bijdragen indienen? In afwachting van de vaststelling van zijn definitieve beroepsinkomsten, kan de zelfstandige onder bepaalde voorwaarden een vermindering vragen op de voorlopige maar opeisbare bijdragen, dit in de veronderstelling dat de beroepsinkomsten van het lopende bijdragejaar lager zullen zijn dan deze van drie jaar geleden.
De aanvraag dient te gebeuren door middel van een vastgelegd aanvraagdocument met de nodige bewijsstukken.

Een aanvraag kan maar op één bijdragejaar betrekking hebben. Wanneer de zelfstandige voor verschillende opeenvolgende bijdragejaren een vermindering wenst te vragen, dient hij per bijdragejaar een afzonderlijk dossier in te dienen.
De aanvraag kan tijdens of na het desbetreffende bijdragejaar ingediend worden maar niet voorafgaandelijk aan het desbetreffende bijdragejaar.

Er wordt een speciale maatregel voorzien voor de zelfstandige die, in het kader van zijn pensionering, heeft verklaard de grenzen van toegelaten activiteit te respecteren. Deze verklaring kan worden gelijkgesteld met een aanvraag tot vermindering van voorlopige bijdragen voor het jaar volgend op dat van de pensionering (tenzij het gaat om een ingangsdatum van het pensioen op 1 januari: in dat geval geldt de regel vanaf het jaar van pensionering).

Voor meer informatie:
http://www.securex.eu/lex-go.nsf/vwNewsWgfisc_nl/7A7105F9353C7144C1257D4A002EF674?OpenDocument&sitelanguage=nl

Zal een zelfstandige boetes moeten betalen wanneer hij te weinig bijdragen heeft betaald?

Wanneer de zelfstandige de voorgestelde voorlopige bijdragen heeft betaald en achteraf blijkt dat zijn inkomen hoger was dan voorzien, zal hij geen boete moeten betalen.
Wanneer de zelfstandige echter gekozen heeft om minder bijdragen te betalen dan voorgesteld en achteraf blijkt dat dit te weinig is, zal hij wel een boete moeten betalen.

Meer info hieromtrent op:
http://www.attentia.be/nl/doelgroepen/zelfstandigen

VERPLICHTE VERWARMINGSAUDIT VOOR CV-KETELS IN VLAANDEREN

De eigenaar van een centraal stooktoestel met een nominaal vermogen van 20kW tot en met 100kW moet sinds 3/05/2013 een verwarmingsaudit laten uitvoeren, samen met de eerstvolgende onderhoudsbeurt (jaarlijks in geval van stookolie en tweejaarlijks in geval van gas), nadat het toestel 5 jaar oud is geworden en nadien vijfjaarlijks.

Deze keuring voorziet in een beoordeling van het rendement van de ketel en van de ketelgrootte.

Er gelden andere regels voor een centraal stooktoestel van meer dan 100 kW.

De audit moet gebeuren door een erkende technicus. De lijsten van erkende technici kan men raadplegen op: http://www.lne.be/campagnes/stook-zuinig/erkende-technici/overzichtslijsten.

Ter herinnering: andere verplichtingen voor centrale verwarmingsinstallaties:

Stookolie Gas
 Vegen van de schoorsteen Jaarlijks Tweejaarlijks
 Reiniging ketel/brander met attest Jaarlijks Tweejaarlijks
 Afstelling brander met attes Jaarlijks Tweejaarlijks

Meer informatie op: http://www.energiesparen.be/VERWARMINGSAUDIT

Overzicht van de wetgeving

http://www.lne.be/campagnes/stook-zuinig/stook-zuinig/de-nieuwe-onderhoudsregels/de-regelgeving-samengevat