NIEUWE BELASTINGAANGIFTE 2015

De nieuwe belastingaangifte is door de zesde staatshervorming uiterst ingewikkeld geworden. Zo zijn er dit jaar 772 codes of 43 codes meer dan vorig jaar!

De meeste codes zitten in vak IX ‘Uitgaven voor woonkredieten’ dat nu 3 bladzijden telt (vorig jaar 1 bladzijde). Er zijn nu 108 codes rond woonlening tegenover 53 codes vorig jaar.

Oorzaak van de complexiteit is de opsplitsing van het vastgoed in ‘eigen woningen’, en ‘niet-eigen woningen’.

Voor een eigenaar van een woning die hij zelf bewoont zijn de gewesten bevoegd, terwijl een woning die hij niet zelf bewoont zoals bijv. tweede verblijven aan de kust federaal blijven.

Wie een deel van zijn huis verhuurt of inbrengt als beroepskost moet nu beide delen, federaal en gewestelijk, aangeven.

Bent u vorig jaar verhuis, verkocht u een woning, ging u een woning gedeeltelijk verhuren of gebruiken voor uw beroep, dan betaalde u intresten en kapitaalaflossingen voor zowel een eigen als een niet-eigen woning. Ook deze uitgaven moeten gesplitst worden. In dit geval vraagt u aan uw kredietgever een overzicht van de betalingen per betaalmoment.

Andere belangrijke wijziging is in vak X betreffende de premie voor dakisolatie. Nu moet men niet het factuurbedrag vermelden maar wel 30% van het uitgegeven bedrag.

Bovendien zijn er nu vakken die enkel in Wallonië of Vlaanderen moeten ingevuld worden. Zo is er een nieuw vak XI in te vullen door Vlamingen, die kmo’s hebben gesteund door het toestaan van een win-winlening.

Opgelet voor de mensen, zoals gepensioneerden, die zelf geen belastingbrief meer ontvangen. Indien er in 2014 een verandering is gebeurd, moeten ze hun vooraf ingevulde aangifte corrigeren.
De belastingbrieven zouden vanaf mei 2015 worden verstuurd.

Ons advies: met al die vernieuwingen vraagt het zelf invullen van een belastingaangifte extra aandacht en is het aan te raden om hiervoor beroep te doen op een specialist/accountant.

Voorafbetalingen – Uiterste vervaldag 1ste trimester 2015: 10 april

De eerste vervaldatum voor de voorafbetalingen voor het eerste kwartaal 2015 nadert met rasse schreden. Daarom zetten wij de regels hieromtrent nog even voor u op een rij. De voorafbetalingen in het kader van de vennootschapsbelasting bespreken we in dit artikel echter niet.

Voorafbetalingen om een belastingvermeerdering te vermijden

De wetgever spoort ondernemingen en zelfstandigen aan om de belasting die zij verschuldigd zijn op hun winst, baten of bezoldigingen tijdens het belastbaar tijdperk vooruit te betalen.

Dergelijke ‘voorafbetalingen’ vormen, net zoals bedrijfsvoorheffing, een voorschot op de eindbelasting.

Indien de belastingplichtigen geen gevolg geven aan deze oproep, dan wordt de verschuldigde belasting vermeerderd met een percentage dat, algemeen gesteld, gelijk is aan 2.25 maal de basisrentevoet.

Basisrentoevoet voor berekening belastingvermeerdeing voor aanslagjaar 2016

Een KB van 2 maart 2015[1] stelt de basisrentevoet, die de belastingadministratie gebruikt voor het berekenen van de belastingvermeerdering bij geen of onvoldoende voorafbetalingen, voor het aanslagjaar 2016 vast op 0,50%[2].

Voor aanslagjaar 2016 bedraagt de globale vermeerdering bijgevolg 1,13%.

Opgelet: in de twee volgende hypotheses zal geen belastingvermeerdering verschuldigd zijn[3]:

    • indien het bedrag ervan lager zou zijn dan 1% van de belasting waarop deze vermeerdering berekend wordt of indien het bedrag ervan lager zou zijn dan 40 euro [4].
    • gedurende de eerste 3 jaar voor de zelfstandigen die zich in 2013, 2014 of 2015 voor de eerste keer in hoofdberoep vestigden, is de vermeerdering gedurende de eerste 3 jaar niet toepasselijk. Het jaar waarin de beroepswerkzaamheid aanvangt, wordt als een volledig jaar beschouwd [5].

Voorafbetalingen die recht geven op een bonificatie

Naast voorafbetalingen om belastingvermeerdering te vermijden, zijn er ook voorafbetalingen die recht geven op een belastingvermindering of bonificatie. Alleen voorafbetalingen ten belope van het bedrag van de personenbelasting, verminderd met de bedrijfsvoorheffing en andere verrekenbare bedragen (forfaitair buitenlands belast inkomen (FBB), de voorafbetalingen die nodig zijn om belastingvermeerdering te vermijden), komen voor een bonificatie in aanmerking.

Wanneer moeten de voorafbetalingen gedaan worden?

Voor aanslagjaar 2016 moeten de voorafbetalingen (VA) in principe op volgende data gebeuren:

  • voor het eerste kwartaal (VA 1): uiterlijk op 10 april 2015;
  • voor het tweede kwartaal (VA 2): uiterlijk op 10 juli 2015;
  • voor het derde kwartaal (VA 3): uiterlijk op 10 oktober 2015;
  • voor het vierde kwartaal (VA 4): uiterlijk op 20 december 2015.

We wachten echter nog op de publicatie in het Belgisch Staatsblad van het officiële bericht over deze data.

We merken op dat indien u als belastingplichtige wenst te genieten van een bonificatie, u eveneens rekening dient te houden met dezelfde vervaldata als diegene die gelden voor de voorafbetalingen om een vermeerdering te vermijden. Het percentage van dit voordeel is afhankelijk van het kwartaal waarin u de voorafbetaling verricht hebt (meer informatie hierover volgt na publicatie van het officiële bericht in het Belgisch Staatsblad).

Gepensioneerden en voorafbetalingen

Ondanks het feit dat gepensioneerden ook bedrijfsvoorheffing betalen, gebeurt het regelmatig dat deze niet toereikend is om de verschuldigde belasting te dekken. Hierdoor zijn zij op het moment van aangifte nog een groot bedrag verschuldigd. Dit is het gevolg van het feit dat de bedrijfsvoorheffing uitsluitend berekend wordt op het pensioen. De RVP houdt geen rekening met de andere inkomsten van de gepensioneerden, omdat zij daar immers geen weet van heeft. Vooraf betalen kan in dit geval dus een uitweg bieden.

Gehuwden of wettelijk samenwonenden

Indien een gemeenschappelijke aanslag op naam van beide echtgenoten (gehuwden of wettelijk samenwonenden) gevestigd wordt, dan wordt de vermeerdering, bij geen of onvoldoende voorafbetalingen, berekend per echtgenoot en op basis van de eigen inkomsten van elke echtgenoot (volledige decumul). Ook de bonificatie voor voorafbetalingen wordt op deze manier berekend. Dit houdt concreet in dat iedere echtgenoot zijn voorafbetalingen zelf moet doen.

Een echtgenoot die een deel van zijn winst of baten aan de meewerkende echtgenoot toekent en die teveel vooraf betaald heeft, mag dat teveel nog wel gebruiken om een belastingvermeerdering bij de meewerkende echtgenoot te vermijden [6].

Hoe praktisch tewerk gaan?

Voor alle inlichtingen over de praktische modaliteiten om voorafbetalingen te doen, kunt u terecht op volgend adres:
Dienst der Voorafbetalingen
North Galaxy – Toren A
Koning Albert II-laan 33, bus 42, 1030 Schaarbeek
Tel 02 576 40 50 (FR) – 02 576 40 40 (NL)

[1] Koninklijk besluit van 2 maart 2015 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de voorafbetalingen, Belgisch Staatsblad 6 maart 2015.

[2] Bij de berekening van deze vermeerdering stelt de administratie het vermeerderingspercentage vast in verhouding tot een bepaalde basisrentevoet. Die basisrentevoet is normaal gezien het, tot de lagere eenheid afgeronde, rentetarief van de marginale beleningsfaciliteit van de Europese Centrale Bank op 1 januari van het jaar vóór dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd. Op 1 januari 2015 bedroeg die basisrentevoet 0,30%, wat betekent dat hij na afronding tot de lagere eenheid, 0% zou bedragen. Maar de Koning maakte gebruik van zijn bevoegdheid om de basisrentevoet te wijzigen (art. 162 WIB). Het KB van 2 maart 2015 stelt de basisrentevoet voor het aanslagjaar 2016 dan ook vast op 0,50%.

[3] Bovendien kunnen vervangingsinkomsten of afzonderlijk belastbare inkomsten in geen geval aanleiding geven tot een belastingvermeerdering.

[4] Artikel 163 van het WIB 1992.

[5] Artikel 164 van het WIB 1992.

[6] Artikel 157 van het WIB ’92.

Securex Sociaal Secretariaat – Legal 27-03-2015